FIRE beleggingsstrategie (deel 3): actief vs passief beleggen

Passief beleggen vs actief beleggen: indexbeleggen hoort bij FIRE beleggingsstrategie

Deel dit blogartikel op Social Media

FIRE beleggingsstrategie (deel 3): actief vs passief beleggen

Actief beleggen vs passief beleggen. Wat is beter? Passief beleggen, ook wel indexbeleggen genoemd, klinkt misschien niet erg aantrekkelijk. Toch levert passief beleggen in de meeste gevallen meer op dan actief beleggen. Een andere misvatting is dat passief beleggen eenvoudig is. Het aanbod van passieve beleggingsproducten zoals ETF’s is de laatste jaren sterk gegroeid. En waar kies je dan voor? In dit deel leg ik uit wat passief beleggen is, waarom indexbeleggen essentieel is in een FIRE beleggingsstrategie en waar je op moet letten bij het samenstellen van een beleggingsportefeuille als je financieel onafhankelijk wilt worden in Nederland. Beleggen in aandelen staat in dit deel centraal, maar het onderstaande is ook van toepassing op bijvoorbeeld obligaties.

Wat is passief beleggen (indexbeleggen)?

Bij passief beleggen volg je simpelweg de financiële markt. Met ‘de markt’ bedoel ik een mandje (index) van tientallen, honderden of duizenden verschillende aandelen. De bekendste Nederlandse aandelenindex is de Amsterdam Exchange Index (AEX).

Doordat fondsbeheerders bij passief beheer alleen de samenstelling van een aandelenindex volgen, maken ze minder kosten. Het is bijvoorbeeld niet nodig om macro economische analyses te maken of jaarverslagen van beursgenoteerde bedrijven door te spitten. Meer hierover kun je lezen in deel 1 en deel 2 van deze serie blogposts over de FIRE beleggingsstrategie.

Wat is actief beleggen?

Het tegenovergestelde van passief beleggen is actief beleggen. Actieve beleggers proberen de markt/index te verslaan. Door het timen van beursbewegingen of het selecteren van specifieke bedrijven, sectoren en landen probeert de actieve belegger een hoger rendement te behalen dan het indexrendement. Speculeren op koersdalingen zoals onlangs nog bij GE gebeurde is sinds jaar en dag ook een populaire bezigheid voor actieve beleggers.

Bij de vergelijking van het rendement van de actieve belegger ten opzichte van de index is het belangrijk om rekening te houden met het genomen risico. Een hoger behaald rendement moet namelijk wel opwegen tegen eventueel extra genomen risico. 

Passief beleggen loont

In de afgelopen decennia hebben wetenschappers en analisten resultaten van passieve en actieve beleggers met elkaar vergeleken. Wat blijkt, in verreweg de meeste gevallen weet slechts een klein deel van de actieve beleggers, na aftrek van kosten, de markt daadwerkelijk te verslaan op lange termijn. De belangrijkste redenen hiervoor zijn verkeerde timing, onjuiste keuzes en vooral de hogere kosten. 

De keuze is reuze

Passief beleggen heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Door de toegenomen omvang zijn de beheerkosten steeds lager geworden en is de variatie in het productaanbod toegenomen. Naast regio- en sectorindices, is het tegenwoordig ook mogelijk om met passieve fondsen in stijlfactoren te beleggen. Zo is het mogelijk om een index te volgen die de nadruk legt op aandelen met een relatief lage beweeglijkheid of juist met een hoog dividendpercentage. Je kunt ook kiezen voor een index met waardeaandelen, smallcaps of zogenoemde kwaliteitsbedrijven. Duurzaam beleggen (volgens de ESG-criteria: Environmental, Social, Governance) lijkt daarbij een populaire keuze te zijn bij veel beleggers.

Passief beleggen is niet eenvoudig

De hoge verscheidenheid van passieve fondsen biedt meer mogelijkheden, maar maakt het ook moeilijker om de juiste keuze te maken. Stel je zelf een portefeuille samen met ETF’s? Kies dan niet simpelweg de fondsen met de hoogste rating of het hoogste historische rendement, maar ga gestructureerd te werk. Wees sceptisch (beleggingsregel 8) en vaar niet blind op ratings. Onlangs werd bijvoorbeeld nog forse kritiek geleverd op Morningstar door denktank the National Bureau of Economic Research, wat op veel aandacht in de media kon rekenen.

Bepaal voor jezelf eerst de beleggingsdoelstelling. Kun je – én wil je  – het risico lopen dat nodig is om een hoger rendement te behalen door een minder brede index te volgen? Of wil je de breedst mogelijke index volgen, die misschien niet het allerhoogste rendement behaalt, maar waardoor je minder risico loopt in je streven naar financiële onafhankelijkheid?

Waar moet je onder meer op letten?

Pas daarna zou je op zoek moeten gaan naar de meest geschikte EFT’s om invulling te geven aan de beleggingsportefeuille. Let bij de keuze op de spreiding over sectoren, regio’s en (aantal) onderliggende aandelen. Hou ook de kosten (total expense ratio, vaak afgekort tot ‘TER’), wijze van replicatie, fiscale gevolgen, valutarisico’s, dividendlekkage, beursnotering, gemiddelde bid-offer spread en de tracking difference in de gaten. Bedenk ook of het verstandig is om al jouw ETF’s bij één aanbieder (zoals Vanguard, Blackrock of Invesco) af te nemen.

Stuk voor stuk ingewikkelde termen en onderwerpen. Ik zal over deze aspecten in de volgende delen van deze serie ingaan, maar laat ik alvast zeggen dat tracking difference het verschil is tussen het rendement van de ETF en de index en het aangeeft hoe goed de fondsmanager er in slaagt om de index te volgen. Tenslotte is het natuurlijk verstandig om te kijken naar de rapportages en andere informatievoorziening die ruim voorhanden zijn. Je blijft immers altijd zelf verantwoordelijk voor de keuzes die je maakt (beleggingsregel 9). Verlaat je dus niet uitsluitend op wat anderen adviseren.

Passieve beleggingsfondsen halen door de lagere kosten vaak een hoger rendement dan vergelijkbare actieve fondsen. De laatste jaren is de vraag naar en het aanbod van passief beleggen sterk gegroeid. PwC voorspelt dat in 2025 het passief beleggingsvermogen voor het eerst in de geschiedenis net zo groot zal zijn als het actief beleggingsvermogen. Dat brengt ook de nodige risico’s met zich. Zo waarschuwde Europese toezichthouders onlangs nog dat ETF’s systeemrisico’s kunnen veroorzaken.

De FIRE beleggingsstrategie draait om rendement, maar minstens zoveel om stabiliteit en risicobeheersing

De enorme instroom van passief belegd vermogen zorgt er ook voor dat actieve beleggers meer kansen lijken te krijgen om de index te verslaan. Maar is dat voor de FIRE-belegger relevant? Natuurlijk is rendement van belang, dat werd reeds duidelijk in het eerste deel in deze serie. Maar in het eerste deel van deze serie bleek ook dat het minstens zo belangrijk is om de risico’s die we lopen beperkt te houden. Om onze risico’s te spreiden, bijvoorbeeld middels vermogensallocatie.

De Euroverzamelaar kiest voor passief vermogensbeheer boven actief vermogensbeheer. Niet alleen omdat ik denk dat het rendement op de lange termijn hoger is. Het gaat mij namelijk ook om een stukje gemak. Ik breng slechts een paar uur per week door met het volgen van de markt. Ik spit geen jaarrekeningen door, laat staan dat ik over voldoende kennis beschik om te kunnen bepalen welke bedrijven zijn ondergewaardeerd, welke zijn overgewaardeerd en wanneer de markt tot diezelfde conclusie komt. Daarnaast vind ik het te moeilijk om die enkeling te vinden die wel de markt kan verslaan. Alle vermogensbeheerders lijken tegenwoordig immers te beweren dat ze de beste zijn en al jarenlang de hoogste rendementen realiseren. Transparant in wat ze daarbij buiten ogenschouw laten, zijn ze geen van allen.

Haastige spoed is zelden goed

Eenvoudigweg meeliften op het werk dat miljoenen anderen doen, door een brede index te volgen. Dat is waar ik voor kies. Wel breng ik enkele nuances aan, door extra te investeren in bepaalde sectoren en regio’s. Dat doe ik dus vrijwel nooit per individueel bedrijf (soms wel, maar dat is meer voor de lol en nooit met veel geld omdat ik dat beschouw als gokken). Door het uitgebreide aanbod is het belangrijk om een gestructureerd keuzeproces uit te voeren.

Als je jouw FIRE beleggingsstrategie vormgeeft, dan ben je met jouw toekomst bezig. Neem daarvoor de tijd. De keuzes die je hierbij maakt, zijn veelal belangrijker dan de meeste keuzes die je in het dagelijks leven maakt en waar je vaak veel tijd in stopt. Kies je in de supermarkt voor het A-merk of voor het huismerk spaghetti? Bij welk tankstation ga je deze week tanken? Ga je dit jaar overstappen van energieleverancier, zorgverzekeraar of TV/internet/bellen? Het is verbazend hoeveel tijd we kunnen besteden aan het maken van dergelijke keuzes en we tegelijkertijd weinig tijd willen investeren in een goede beleggingsstrategie. Terwijl een verkeerde beleggingsstrategie al je (dagelijkse) inspanningen teniet kan doen gaan.

Je hoeft maar één keer goed na te denken over je FIRE beleggingsstrategie om vervolgens de rest van je leven daar profijt van te hebben. Niet alleen qua rendement en vermogensopbouw, maar ook qua nachtrust.

Is dit een goed moment om over goede voornemens te beginnen? Hoe het ook zij, wens ik iedereen een gelukkig, gezond en voorspoedig 2020 toe!

Teruglezen? Dat kan: deel 1, deel 2.

Ook interessant!

1 reactie

  1. Passief beleggen is niet hetzelfde als index beleggen. In de meeste indices krijgen grotere ondernemingen een zwaarder gewicht. Daardoor ontstaat in de loop van de tijd een onevenwichtige spreiding over sectoren. Nu is het gewicht van de technologie aandelen veel te hoog. Men heeft al kunstmatige Google en Amazon in de sector Luxe goederen gestoken. Daarnaast is het gewicht van US 56% en van China 5% of soms zelfs 0%. Terwijl de Chinese economie de 2de grootste is. Veel beter kun je dus passief beleggen in een portefeuille waarbij de sectoren en landen gelijkmatiger verdeeld zijn. Naast betere spreiding heb je lagere kosten en bijna geen dividend lekkage.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.